Vandaag wil ik een ernstige zaak aankaarten die iedereen die ooit al eens Yoga deed, zeker heeft ervaren. Het is van openbaar belang dat we het debat opentrekken. Sterker nog, de volksgezondheid hangt ervan af.

Laat ik eerst maar eens beginnen met de situatie te schetsen: een Yoga-les wordt meestal gegeven in een rustige omgeving waar het ofwel muisstil is ofwel een beetje achtergrond muziek te horen is. Je zit er met ongeveer 10 mensen (lees: vrouwen) op een matje op ongeveer een meter – of in het slechtste geval een halve meter – van elkaar. De lerares zit vanvoor en begint de les met een belletje en een gracieuze buiging, ‘Namasté.’ Vanaf dan ben je vertrokken voor 90 minuten en doe je bewegingen waarvan je niet eens wist dat je lijf dat überhaupt kon. Bovendien zie je delen van je eigen lichaam (en van anderen) die je nog nooit eerder had gezien, en dat had je misschien wel zo willen houden.

Bon, we doen het met een reden hé! Yoga zou goed zijn voor mentale rust maar de bewegingen zorgen ook voor een goede werking van de organen. En nu zijn we er: Organen, dat zijn je hart, longen, lever, nieren,… en je darmen.

Je voelde het al vanaf de eerste beweging, je had die uiensoep na de les moeten eten. Vanaf dan volgt in je hoofd deze monoloog: “Ok, het lukt me wel om die ene scheet 90 minuten lang in te houden. Toch? Zou mijn buurvrouw hier ook last van hebben? Wacht, zei de lerares nu net dat de volgende beweging inwerkt op de spijsvertering? Oh man, ze heeft gelijk!!”

En dan volgt het onvermijdelijke: een luide prot vult de zaal en iedereen probeert te doen of ze het niet gehoord hebben. Godzijdank voor sociale beleefdheid! Gelukkig was jij het niet, maar een dame iets verderop. Als het wat meezit, is dat het einde van het verhaal. In het slechtste geval hangt er een ‘luchtje’ en zie je de paniek op de gezichten wanneer de lerares zegt “adem een keer heel diep in…“. MEENT ZE DIT NU?

Bah, Ik doe nooit meer yoga. Yoga is stom.